JUBILEUM A. VOOGD.

De heer A. Voogd, redacteur van het dagblad Scheepvaart, redacteur van het Weekblad, gewijd aan de belangen van Rotterdam, en Rotterdamsch redacteur van het Algemeen Handelsblad, vierde gisteren zijn veertigjarig jubileum als journalist. Tegelijkertijd herdacht hij het feit, dat hij een kwart eeuw geleden zijn intrede deed in het bestuur van den Nederlandschen Journalisten Kring, waarvan hij al dien tijd onafgebroken deel heeft _ uitgemaakt, en waarin hij nog de functies van vice-voorzitter en penningmeester bekleedt. Niet alleen de journalisten echter, in wier organisatieleven — de heer Voogd is ook voorzitter van de Rotterdamsche Journalistenvereniging — hij zulk een belangrijke plaats inneemt, huldigden hem. Ook uit velerlei anderen kring is hem getoond, hoezeer zijn journalistieke arbeid naast zijn werk op aangrenzend terrein wordt gewaardeerd. Met vele bloemen was zijn woonhuis aan den Heemraadsingel getooid. Daar waren, behalve bloemen en gelukwenschen uit intiemeren vriendenkring, o.a. bloemen van het bestuur van den Nederlandschen Journalistenkring; van de Rotterdamsche Journalistenvereeniging; van de Amsterdamsche Pers; de Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer; het bureau van de Kamer van Koophandel; 't bestuur van den Vrijheidsbond; een Comité, dat zich had gevormd uit vertegenwoordigers van Handel, Scheepvaart en Nijverheid in Rotterdam, waarbij zich o.a. mr. A. R. Zimmerman, de commissaris-generaal voor Oostenrijk, had aangesloten; de directies van enkele te Rotterdam verschijnende kranten; de directie van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij; de directie van de Maatschappij Houtvaart, de vroegere en tegenwoordige directie  van de firma M. Wyt en Zonen.

 

De waarnemende burgemeester, mr. A. de Jong had een schriftelijken gelukwensch gezonden; zoo ook de oud-directeur-hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, de heer Charles Boissevain; de wethouder van Onderwijs te Amsterdam, de oud journalist E. Polak; de afdeeling Rotterdam van de Vereeniging van Nederlandsche ridderorden, prof. Vürtheim. Het personeel van de drukkerij Wijt en Zonen, waar het dagblad Scheepvaart en het Weekblad worden gedrukt, had den jubilaris een ets van Sirks vereerd, de commissarissen van het Dagblad van Rotterdam schonken hun medecommissaris een Perzisch kleed.

 

Gistermorgen is een deputatie uit het comité uit handel, scheepvaart en nijverheid, bestaande uit de heeren Z. W. C. Dekkers, die als de woordvoerder optrad, A. C. Mees. Ph. Mees. J. Rypperda Wierdsma, J. C. Veder, mr. H. M. A. schadee, L. Pieters, C. W. I?. P. baron Lweerts de Landas Wyborgh, D. G. van Beuningen en A. J. M. Goudriaan, den jubilaris wezen feliciteeren. De heer Dekker, heeft daarbij de vriendschap, die in deze kringen den heer Voogd wordt toegedragen en de waardeering, die men heeft voor zijn talenten en de wijze, waarop hij ze aanwendt, in het licht gesteld. Het verheugt ons, zei de heer Dekkers, dat na veertig jaren noch uw kracht verzwakt is, noch uw energie verslapt. Gij hebt u veertig jaren aan de pers gegeven, een vrouw, die wel eens feekserig kan zijn en misschien wel eens wat kwaad mag stichten, maar die daartegenover vele goede eigenschappen bezit. Daarna bood de heer Dekkers met de beste wenschen voor den heer Voogd en zijn familie, namens de onderdanen van Mercurius en Neptunus de geschenken van het comité aan; een zilveren servies en „eenige servetjes". De heer Voogd zeide in zijn woord van dank, het bijzonder op prijs te stellen, den heer Dekkers ook nu weer in al zijn stoerheid voor zich te zien. Een collega had hem gevraagd, hoe het mogelijk was, dat voor een journalistenjubileum handel, scheepvaart en nijverheid zich zoo interesseeren. Immers, het journalistenvak is er niet op ingericht, zich zooveel vrienden te maken.

 

De heer Voogd, meent in alle bescheidenheid, dat dat is, omdat men in hem altijd heeft gezien den pur sang Rotterdammer, die zich ten doel gesteld heeft, het belang van zijn stad te bevorderen en ook, omdat men in hem waardeerde, dat hij niet met alles, wat hem ter oore kwam, naar de krant liep, om er ruchtbaarheid aan te geven. Voor zijn streven — hij moge dan als ieder mensch wel eens hebben misgetrapt — zag spr. de belooning in de vriendschap van zoovelen, die lot het comité toetraden en de schitterende geschenken, hem overhandigd. Gistermiddag heeft er een drukbezochte receptie plaats gehad, waarop de heer Voogd door zijn vakgenooten is gehuldigd. Huldiging door de journalisten. Om half drie hadden zich ten huize van den heer Voogd een aantal journalisten verzameld onder wie bestuurders van den Nederlandschen Journalistenkring, van de Rotterdamsche, Haagsche en Amsterdamsche Journalistenvereniging; mr. G. G. v. d. Hoeven, de hoofdredacteur van de N. R. C.; medewerkers van het door den heer Voogd geleide Weekblad, gewijd aan de belangen van Rotterdam, velen vergezeld van hunne dames. De voorzitter van den Nederlandschen journalistenkring tevens president van het comité uit de journalisten, gevormd voor dit feest, de heer D. H a n s, trad uit men kring het eerst naar voren en merkte op dat door de loopbaan van den jubilaris loopt een breede zilveren draad, de Maas. Je bent geboren, aldus spr., in Vlaardingen aan de Maas, hebt gestudeerd te Schiedam aan de Maas, en het overgroote deel van je leven heb je gewerkt in Rotterdam aan 'de Maas. Je hebt weliswaar één misstap begaan, toen je naar Amsterdam ging, Waar je volgens de geruchten, je heldhaftig hebt gedragen als jong verslaggever tijdens het Palingproces en de deining hebt meegemaakt, die er toen om de figuur van Domela Nieuwenhuis was, maar dra ben je weer teruggegaan, naar de plaats, waar je eigenlijk thuis hoorde, Rotterdam. En met Rotterdam en de Maas ben je samen gegroeid. Daar heb je je een schitterende positie veroverd, getuide het feit, dat je vanmorgen bent gehuldigd door een comité van mannen, die allen een belangrijke positie in den handel en de scheepvaart innemen.

 

De heer Hans prees vervolgens bet talent en de werkkracht van den jubilaris. Soepel en sterk, zoo heeft de journalist Elout hem eens geschetst, en dat is de ware karakteristiek van Voogd; als het gaat om zijn overtuiging, dan staat hij vast en sterk. Ten slotte moet zijn collegialiteit geroemd worden, zijn kameraad» schap en vriendschap. Het deed spreker een bijzonder genoegen, dat tot het geschenk, dat hij aanbood — een schemerlamp en klok — zoo velen hadden bijgedragen, ook die niet meer in de eigenlijke journalistiek werkzaam zijn.  Met de beste wenschen voor den heer Voogd, dien hij een gouden jubileum toewenscht, en zijn gezin, besloot de heer Hans.

 

Mr. P. C. Swart, de vice-voorzitter van de Rotterdamsche Journalistenvereeniging, heeft gesproken namens de plaatselijke vereeniging. In anticipatie op het eerevoorzitterschap, dat Voogd toch eens zal moeten worden aangeboden, noemde hij hem den „onvervangbare". In dit woord ligt de synthese van zijn eigenschappen als journalist en als mensch. In het medevieren van dit feest door velen uit de burgerij ligt ook een streeling voor de heele journalistiek. De leiding van den heer Voogd als voorzitter der Rotterdamsche Journalistenvereniging is zoo, dat er nooit netelige kwesties voorkomen, dat komt omdat hij altijd het goede woord op het juiste tijdstip weet te vinden en de dingen doet en zegt zonder vertoon van gewichtigheid. Aan mevrouw Voogd vroeg spreker eerbiedig haar man nog lang te bewaren als een kostbaar stuk porcelein, ook voor de organisatie van Rotterdamsche journalisten, waarin hij de onvervangbare is.

Voor de medewerkers van het Weekblad heeft de heer P. J. Blok met als geschenk eenige antieke porceleinen voorwerpen de beste wenschen bij dit jubileum van hun redacteur aangeboden. Dat het Weekbladschip nog lang moge varen onder Voogd's eigen vlag! De heer D. Kouwenaar onderschreef uit naam van de Amsterdamsche Pers alle goede dingen, die van den heer Voogd waren gezegd: uitte zijn waardeering voor den medeleider van den journalistenkring en hoopte dat deze nóg vele jaren lang deel zal uitmaken van ons corps. Mr. J. J. van Bolhuis de woordvoerder van de Haagsche Journalistenvereeniging, liet vooral het licht vallen op des jubilaris blijmoedige opgewektheid. De heer Voogd heeft de dames en heeren, vooral den heer Hans, die reeds tijden lang bezig is geweest om hem dezen aangenamen, prettigen dag te bezorgen, dank gezegd.

 

Velen, ook buiten de journalistiek staande, hebben op de daarop volgende receptie van de gelegenheid gebruik gemaakt, den- heer Voogd, zijn vrouw en dochter met het feest geluk te wenschen.